![]() |
Carbid wordt in een melkbus of verfbus gelegd en enigszins natgemaakt, b.v. met speeksel, waarna de bus wordt afgesloten met het deksel of een (plastic) bal. Het zich vormende ethyn wordt door een klein zundgat ontstoken en ontploft met een dreunende (met een grote bus vaak oorverdovende) knal, waarbij deksel of bal uit de bus schiet en tientallen meters verderop terechtkomt. Om onnodige schade te voorkomen wordt een deksel meestal vastgebonden met een stevig touw van enkele tientallen meters lengte.
Om nog grotere knallen te veroorzaken wordt incidenteel ook wel gebruikgemaakt van groter materiaal, zoals omgebouwde giertanks.
De oorsprong van dit gebruik komt waarschijnlijk nog uit de tijd van de Germanen met hun joelfeesten, hoewel er toen nog geen carbid bestond. Carbid werd door de meeste dorpssmeden gebruikt en daar was dus redelijk eenvoudig aan te komen. Melkbussen waren op het platteland ook ruim voorhanden.